Curieuze antikiteiten

 

In Curieuse documenten (1875) vermeldt Rudolf Charles d’Ablaing van Giessenburg een merkwaardige verzameling ‘Antikiteiten uit Funfkirchen’. Een recensent schreef destijds hierover: “Over ‘t geheel vrij grappig, behalve voor hen, die grappen, aan bijbelsche onderwerpen ontleend, ongepast vinden”. De originele Duitse tekst uit de 17de eeuw moet zeker heel wat verontwaardiging hebben verwekt. Dat gevaar lijkt me nu geweken al vergroot enige kennis van bijbelverhalen wel het plezier, maar ook ‘ongelovigen’ zullen glimlachen of grinniken bij dit lijstje.

Rudolf Charles d’Ablaing van Giessenburg, Curiositeiten van allerlei aard. N° 3: Curieuse documenten (Amsterdam, R.C. Meijer, 1875) p 25-31. Vertaling van ‘Antiquitäten in Fünfkirchen’ in Johann Scheible, Das Schaltjahr; welches ist der teutsch Kalender mit den Figuren, und hat 366 Tag. 5. Band Januar (Stuttgart, Verlag des Herausgebers, 1847) p 386-393. Oorspronkelijk anoniem verschenen (‘Anhang etlicher wunderlicher Antiquitäten’) in 1666 en toegeschreven aan de Duitse satiricus Hans Jacob Christoffel von Grimmelshausen (1621-1676) al bestaat er twijfel over zijn auteurschap: Günther Weydt, Hans Jacob Christoffel von Grimmelshausen (Springer-Verlag, 1971) p 30; Simpliciana - Schriften der Grimmelshausen-Gesellschaft XXVII (2005) p 55. Citaat van bespreking uit Onze tolk: letterkundig weekblad (augustus 1873) p 373. Deze antikiteitenverzameling gelijkt op de Lyste van rariteiten, een fictieve veilingcatalogus, ook bekend als 'Leugenboeken van Anna Folie', vermoedelijk gepubliceerd door studenten uit Leiden in het begin van de 18de eeuw. http://www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Renaissance/AnnaFolie.html 

 

ANTIKITEITEN TE FUNFKIRCHEN*

(*) “Opsomming van zonderlinge antikiteiten, die bij de overrompeling van de stad Funfkirchen gevonden werden. Met bijgevoegde lekkernijen, die de heeren van Hirschau op vastenavond in Ritu solemni genuttigd hebben.”

 

1. Het parelsnoer met zijden koord, dat Adam, onze aartsvader, om zijn hoed droeg, toen hij zijn kind ten doop hield.

2. De lange werpspies, de stootdegen en een zak van ezelsvel, met slakkenhuisjes versierd, van den aartsvader Abraham.

3. De zondagsmantel van Noach, van hebreeuwsche letters vervaardigd, dat niet weinig moeite heeft gekost.

4. De karwats van Izaak, dien hij gebruikte toen hij zijn geliefde tegemoet reed.

5. Vijftien haren uit den baard van Methusalem, die hij op zijn achthonderdste jaar verloren heeft, en waaruit hem voorspeld werd dat hij spoedig sterven zou.

6. Een goede voorraad water van den zondvloed, die tot heden in een zeef is bewaard geworden.

7. De tabakspijp van Esau, uit een saladestruik vervaardigd.

8. De jachthoorn van Nimrod, uit boomwol gesneden.

9. Een rad van een kruiwagen, dat bij den bouw van den toren van Babel verbrandde.

10. Een vierkante zakpijp van cypreshout, waarop de Israëlieten geblazen hebben, toen zij om het gouden kalf dansten.

11. De huid van den ouden poedelhond, die Mozes, toen hij in het biezen mandje dreef, uit het water gehaald heeft.

12. De schaduw van den bovensten akker, waarop Kaïn zijn broeder Abel dood sloeg.

13. Twee jonge houtduiven, die de jonge Izaak in den Rolkogel bij Wurzburg uit het nest gehaald heeft.

14. De handschoen van Simson, van venetiaansch glas gebogen.

15. Een stuk nagel van den linker groten teen van Nebukadnezar, die hem afgesneden werd toen hij weder koning werd.

16. De gouden pels van Bathsaba, van 63 goudstrepen, waardoor koning David verliefd werd.

17. De neusdoek van koning Saul, waarmede hij boosheid en kwaad gedaan heeft.

18. De grote tinnen beker van den aartsvader Jakob, die hem door den eersten tinnengieter, meester Abraham, te Neckarsulm geboren, als nieuwjaarsgift werd ten geschenke gegeven.

19. De bisschopsstaf van Aäron van een elandstand, met bezoar gepulveriseerd.

20. Een pastei, die van de bruiloft van Cana in Galilea overgebleven is.

21. Het vechtboek van Goliath, waaruit te leeren is hoe men pareren kan.

22. Drie sporten van den ladder, dien Jakob in zijn droom gezien heeft.

23. Een tand uit het ezelskinnebakken, waarmede Simson de Philisteinen verslagen heeft.

24. De schaar, waarmede Simson de haren werden afgesneden.

25. Eenige kernachtige woorden, die door den ezel van Bileam werden gesproken.

26. Een aanzienlijk gedeelte zwaluwendrek, die den ouden Tobias in het oog gevallen is.

27. Een grote snee van den appel, waarvan Adam en Eva gebeten hebben.

28. De rechtervleugel van den raaf, die Daniël in den leeuwenkuil voedsel gebracht heeft.

29. Het portret van Eva, dat Adam in koper heeft gesneden.

30. De koorrok van Jonas, waarin hij te Ninevé gepredikt heeft, alsook een stuk gedroogde lever, dat hij den walvisch uitgesneden heeft.

31. Een halsdoek van turkschen arbeid, die door Joab is gedragen.

32. Twee zeisen, door roest beschadigd, waarmede de maaijers van Boas het koorn afsneden.

33. Een te Augsburg vervaardigde ijzeren schenkketel van den rijken man.

34. Vier partisanen, door de trawanten van koning Roboam gedragen.

35. Een vertinde kooi, uit den ark van Noach, waarin een kanarievogel heeft gezeten, gelijk blijkt uit eenige vederen, die op den bodem liggen.

36. Een kruik met paarlemoer ingelegd, benevens een Corduaanschlederen schoen met hogen hak, waarop de manke Mephiboseth gedanst heeft.

37. Een vilthoed van kattenhaar, die door Jakob voor Izaak op de kermis gekocht werd.

38. De stokken waarmede de zuster van Mozes op den trommel sloeg, nadat Pharao verdronken was.

39. Twee kaproenen van grijs laken, die de jongeren op weg naar Emaus ophadden.

40. De verrekijker van koning David, van een walrustand vervaardigd, doch zonder de glazen, waardoor hij naar Bathseba gekeken heeft.

41. De met glazen knoppen versierde kroes, door meester Bartel te Spessart gemaakt, waaruit Noach zijn eersten roes heeft gedronken.

42. Een flink stuk wildbraat van den achterbout eens egels, door Ezau geveld en zijn vader Jakob ten geschenke gegeven.

43. Een keulsche pot met bloed van Lucifer, toen hij, na het afhouwen van zijn rechterzijde, door St. Michiel, in den afgrond gestoten werd.

44. De slinger, benevens een brok van den steen, waarmede David den reus Goliath verslagen heeft.

45. De riem van den buidel van Judas, waarin hij de 30 zilverlingen geborgen heeft, die hem door den hogenpriester werden uitbetaald.

46. Een stuk van den steenen tafel, die door Mozes in drift gebroken werd.

47. De mesthoop, waarop Job zat, benevens een aanmerkelijk gedeelte van den wind, waardoor zijn huis in elkander geworpen werd.

48. De ijzeren bout, waarmede de kragen van Adam door Eva gestreken werden.

49. Een halve maat van de tranen, die door David werden vergoten, toen hij zijn zoon Absalom beweende.

50. De vier hoefijzers van den muilezel, waarop Adam gereden heeft, toen hij de oproerige duitsche boeren tot gehoorzaamheid ging brengen.

51. Een stuk van het vijgenblad, waarmede Eva zich bedekte.

52. Een gedeelte van den feest, dien Ezra gelaten heeft, toen hij zich voor den koning Ahazueros nederboog.

53. Negen vachten van de vossen, die door Simson in het koorn van de Philisteinen werden gejaagd.

54. Een halve zoutschijf van Loth's huisvrouw, die in een zoutpilaar veranderd werd.

55. Drie lepels vol hertenbrei van den profeet Habakuk, dien de engel aan het hoofdhaar bij de grasmaaijers in het veld gedragen heeft.

56. Vijfhonderd koehuiden van degenen, die te Ninevé gevast hebben. 

57. Een bos stro, die uit den brand van Sodom en Gomorra overgebleven is.

58. De naaldenkoker van Dina, de dochter van Jakob, waaruit zij het wapen genomen heeft, waarmede zij den jongen Sichem in de zijde gestoken heeft, toen hij haar eer belagen wilde.

59. Een oude schoenmakers els, waarmede Abel zijn schoenen gelapt heeft.

60. Eenige vogels, die in het leger der Israëlieten in Egypte gevangen werden.

61. Vier haren, die gevallen zijn uit den linkerhoorn aan het hoofd van Mozes en die tot heden in een papieren doos bewaard gebleven zijn.

62. Het staartje van den hond van den jongen Tobias, dien deze naar huis teruggejaagd heeft.

63. Het hakmesje, waarmede Galenus onder het uitgraven van planten, door Hypocrates vermoord werd.

64. Een blad van den heester, onder welken Jonas, in afwachting van den ramp der stad Ninevé, gezeten heeft.

65. Een vrij groot stuk van den regenboog, die zich na den zondvloed vertoond heeft.

66. De vuurslag en de zwavel, waarmede Jonas in den walvisch vuur gemaakt heeft.

67. Een punt van de ster, die de heilige drie koningen voorgelicht heeft.

68. Het schellings viooltje dat de derde zoon van Adam van zijn peetoom voor zijn nieuwe jaar heeft gekregen.

69. Zes wittebroden van manna gebakken, dat voor de Israëlieten uit den hemel geregend is.

70. De grote moeite en arbeid die bij het bouwen van den ark door Noach werd aangewend.

71. Vijf levende kikvorschen die bij den koning van Egypte op de tafel gesprongen zijn.

 

[Hierna volgt nog: “Uittreksel uit de lijst der lekkernijen, benevens hunne kosten, die den heeren van Hirschau op vastenavond opgedischt en door dezen ritu solenni genuttigd werden.” We slaan dit over om te vervolgen met een stuk, uit dezelfde Curieuze documenten, dat thematisch aansluit bij het voorgaande]

 

Rekening in de bibliotheek Sainte Généviève te Parijs gevonden.

De schilder en teekenaar Jacques Tasquin, die in 1759 in de kerk van de abdij ...... eenige werkzaamheden had verricht, vorderde daarvoor de som van 78 florijnen en 10 sous. De abt vond dezen prijs overdreven en eischte een gedetailleerde rekening, waarop hem de volgende nota werd ingediend [met telkens … een detailsom]:

  • De tien geboden van fouten gezuiverd en vernist…
  • Poncius Pilatus wat opgeknapt en een nieuw lint aan zijn muts gezet…
  • Den haan van Petrus een nieuwen staart gemaakt en zijn kam bijgewerkt…
  • Den goeden moordenaar weer aan het kruis gehangen en hem een nieuwen vinger aangezet…
  • Den linker vleugel van den engel Gabriel op nieuw van veeren voorzien en verguld…
  • De dienstmaagd van den hogepriester Kajafas gewasschen en haar wat karmozijn op de wangen gebracht…
  • Den hemel vernieuwd, twee sterren toegevoegd, de zon verguld en de maan schoongemaakt…
  • De vlammen van het vagevuur opgehaald en eenige zielen verfrischt…
  • Lucifer een nieuwen staart aangemaakt, zijn linkerklaauw gerepareerd en aan de vervloekten het een en ander vernieuwd…
  • Het kleed van Herodes op nieuw geboord, hem de tanden weer ingezet en zijn pruik in orde gemaakt…
  • De lederen broek van Anne versteld en twee knopen aan zijn buis gezet…
  • Den zoon van Tobias, op reis met den engel Raphaël, nieuwe slobkousen aangedaan en een nieuwen riem aan zijn reiszak gezet…
  • De oren van den ezel van Balaäm gereinigd en hem op nieuw beslagen…
  • Sarah een paar oorbellen ingehangen…
  • Een steen in den slinger van David gelegd, het hoofd van Goliath dikker gemaakt en zijn beenen wat steviger aangezet…
  • Tanden herzet in het ezelskinnebakken van Simson…
  • De arke Noachs geteerd en dezen rechtvaardigen mensch een paar nieuwe mouwen gegeven…
  • Een stuk gezet in het hemd van den verloren zoon, de varkens gewasschen en water in hun trog gedaan…
  • Een nieuw oor gemaakt aan de kruik van de samaritaansche vrouw…

 

TOTAAL 78 florijnen 10 sous

Jacques Tasquin

 

Vertaling uit het Frans (Le Quérard 1855, La Petite Revue 1865); het is een variant op een oud thema dat reeds in de 15de eeuw opdook, zie Ed Schilders & Harry van Boxtel, ‘De Schildersrekening’: http://www.cubra.nl/sjep/feestvanvroeger/feestvanvroeger2/feestschildersrekeninginhoud.htm; zie ook Brabants Magazine (juni 2019) met een commentaar van Ed Schilders.