Vloeken en vuilbekken

In 2019 overleed de grootste kenner van het vloeken, de Beierse Amerikaan Reinhold Aman, voorzitter van de ‘Maledicta Society’ en uitgever van het enige tijdschrift over ‘vuile praat’: Maledicta, The International Journal of Verbal Aggression (1977-2005). Aman was zelf niet vies van een potje schimpen en schelden. Na een soort stalking van zijn ex-vrouw werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf door een jury die hij onbekwaam achtte omdat ze geenszins zijn gelijke was “educationally, intellectually, linguistically, or otherwise.” Zelf voelde hij zich zeer gekwetst toen iemand erop wees dat zijn naam een anagram is van ‘manhole drain’, zoveel als ‘rioolputje’. Ofschoon controversieel baande Aman wel de weg voor inmiddels een reeks ernstige studies over vloeken in het Engels.[1]

De Nederlandse expert terzake is de taalkundige en lexicoloog Piet van Sterkenburg. Heel wat wetenswaardigheden vindt men in zijn Krachttermen, een geschiedenis van 'scheldwoorden, vervloekingen, verwensingen, beledigingen, smeekbeden en bezweringen'.[2] Als Bruggeling schrok ik wel van de gruwelijke geschiedenis van het vloeken. In 1484 werd Martine Prysbier in Brugge aan de schandpaal gezet, met een gloeiend ijzer gefolterd, de tong gekort en zes jaar uit Vlaanderen gebannen. Dit alles als gevolg van een spelletje dobbelen waarbij zij God en Maria belasterd had door te zeggen: “Ic zal cause winnen in spijte van Gode ende van zynder moeder”. Enkele jaren later, in 1491, werd de paardenverhuurder Hanneken van Uphoven door de schepenen van Brugge veroordeeld tot geseling op drie verschillende plaatsen in de stad. Zijn tong werd met een gloeiend ijzer doorpriemd en hij werd voor vijftig jaar uit Vlaanderen verbannen “omme dat hij ghecostumeirt es groote, zware orrible ende blammelicke eeden te zweerene, als bij den bloede, bij den hoofde, bij den vijf wonden, bij der longhere, bij de levere, bij den pensen ende darmen van den almogenden God”.



[1] Zie The Best of Maledicta (The Running Press, 1987); Ed Schilders, Vergeten boeken (Amsterdam W&L boeken, 1986 p 248 ev).  https://stronglang.wordpress.com/2019/03/13/remembering-reinhold-aman/.  Magnus Ljung, Swearing: A Cross-Cultural Linguistic Study (Springer, 2010); Geoffrey Hughes, An Encyclopedia of Swearing: The Social History of Oaths, Profanity, Foul Language, and Ethnic Slurs in the English-speaking (Routledge, 2015); Kristy Beers Fägersten & Karyn Stapleton, Advances in Swearing Research: New languages and new contexts (John Benjamins Publishing, 2017); Anna Maria Kiosse, The F***ing History of Swearing (BIS Publishers, 2018).

[2] Krachttermen (Scriptum, 2008); heruitgave van Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (Den Haag, Sdu/Standaard, 1997); http://janvanbakel.nl/Liber/sterkenb.htm.

 

Volgens Jan Frans Willems, in zijn studie Over eenige oude Nederlandsche vloeken, eeden en uitroepingen (1834), zouden vooral de schippers en zeelieden grote vloekers zijn en daarom munten Nederlanders hierin meer uit dan Vlamingen! Toch betwijfelt Willems zelf die stelling want de Belgen hebben naast de Hollandse ook veel Franse krachttermen overgenomen. En is de bekendste vloekende Belg geen zeeman? Inmiddels wereldberoemd werd kapitein Haddock met zijn ‘duizend bommen en granaten’, al verscheen die krachtterm al 100 jaar voor Hergé zijn Kuifje schiep.[1] Vandaag kan je leren slimmer schelden en vaardiger vloeken met Het groot Vlaams vloekboek. Onze noorderburen oefenen natuurlijk met Het groot Nederlands vloekboek. Heb je echter – potverdorie – een hekel aan lezen dan kun je ook via het internet een cursus over vloeken, scheldwoorden en krachttermen volgen.[2]

Dit alles tot groot ongenoegen van de Nederlandse Bond tegen het Vloeken die al meer dan 100 jaar strijdt tegen godslastering en tegen lelijke taal in het algemeen. Daartoe gebruikte hij bijvoorbeeld bordjes met “God hoort u, vloek niet” maar die werden door grapjassen snel veranderd in “God hoort uw vloek niet”! In enkele Nederlandse gemeenten geldt trouwens nog steeds het verbod om ‘in het openbaar de naam van God vloekende te gebruiken’ al kan de overtreder ontkomen aan een boete door zich te beroepen op de vrijheid van meningsuiting.[3] Maar sinds een paar jaar bestaat er ook een ‘vloekgenootschap’ al gaat dat schuil onder de merkwaardig religieus getinte vlag van ‘vloeken in de kerk’…[4]