Schertsode & spotlof

 

Verscheyden luy prysen verscheyden hanteringe,

Sommige wijsheyt, const, ofte goede leeringe,

Andere prysen vechten, stormen en schansen,

Het lof der sotheyt hoortmen oock verbreen,

Eenighe prysen een kercker of een blaeuwe scheen:

Comt hier en hoort het lof van dansen.[1]

In de literatuurwetenschap staat het bekend als paradoxaal encomium: een ode aan personen en zaken die op het eerste zicht zulke lof niet verdienen. Een dergelijke schertsode gaat ironisch of zelfs sarcastisch in tegen gangbare opvattingen door iets of iemand onverwacht of onverdiend te roemen of prijzen in de vorm van een pseudo-lofrede, lofdicht, ‘geleerde’ verhandeling of pseudo-dissertatie.

Het is “een retorisch genre dat uit de Klassieke Oudheid stamt, maar dat toen als een retorische oefening werd beschouwd, in feite als een literair niemendalletje of zelfs als flauwekul. Wie het toepaste, wilde in de eerste plaats zijn spitsvondigheid demonstreren en aasde daarmee op de bewondering, de verbazing en het applaus van zijn publiek, maar in feite had hij niets nuttigs te melden. Met zijn Lof der Zotheid heeft Erasmus het genre nieuw leven ingeblazen. Volgens hem waren werken die tot dit genre behoorden, geschikt om geleerden wat te ontspannen en bovendien voerden ze uiteindelijk tot serieuze zaken. In elk geval stak de lezer er heel wat meer van op dan van allerlei pedante geschriften. In het kielzog van Erasmus produceerde de Italiaanse humanist Ortensio Lando zijn Paradossi (1543), een boek dat in 1553 door Charles Estienne uit het Italiaans in het Frans werd vertaald. Toen was er geen houden meer aan: overal begonnen paradoxale encomia op te duiken waarin allerlei plagen der mensheid als prijzenswaardig werden voorgesteld, zoals luizen, doofheid, dood, gevangenschap, armoede, teleurgestelde liefde enz.”[2]

Het genre had ook bijval in de Lage Landen van de 17de en 18de eeuw. Dat bewijst deze oogst Nederlandstalige schertsodes.[3] Vaak gaat het om vertalingen uit het Latijn, zoals in de bundel Veeler wonderens wonderbaarelijck lof  (1664), die ik als startpunt neem. Daarna volgt een lijst geschriften die thematisch is geordend; hierin zijn varianten op de Lof der Zotheid weggelaten.[4]  



[1] H.L. Spiegel, ‘Het lof van dansen’ in Roemer Visscher, Brabbeling (1614, p 211-217)

[2] Karel Bostoen, ‘Robert Hennebo's lof van de jenever. Een Nederlandse eigenaardigheid?’ in Remke Kruk & Sjef Houppermans (red.), Een vis in een fles raki. Literatuur en drank in verschillende culturen (Amsterdam 2005) p 82

[3] Bronnen: ‘Ironische lofrede’ in Wikipedia; J.E. Verlaan & E.K. Grootes, ‘Literaire aspecten van Suyp-stad’ in Dirck Pietersz. Pers, Suyp-stad of dronckaarts leven (1628; editie Tjeenk Willink / Noorduijn, Culemborg 1978) p 61-77; Jan Bruggeman; ‘Den Lof der Dronkenschap’ in website Stichting Jacob Campo Weyerman http://www.weyerman.nl/13577/voetnoot-76/; Wim Daniëls & Arie Bras, ‘De schertsode’ in Dakhazen en bretelpiano's: humor die geen pijn doet (Unieboek-Spectrum, 2012).

Schertsode

lijst van Nederlandstalige schertsodes