Uitlenen zonder bloedneus

In een 18de eeuws boek, dat ik netjes gekocht heb op een veiling, schreef Harmen Bakker in 1792 op het perkamenten plat in een kinderlijk handschrift (modern vertaald):

die het boek vindt brengt het weer om een appel of een peer

die dat niet doet die zal hebben neuzebloed [1]

In de middeleeuwse publieke bibliotheken werden boeken letterlijk aan de ketting gelegd om diefstal te voorkomen. Als alternatief werden lezers van waardevolle boeken opgesloten in een speciale kooi. Kort na de uitvinding van de boekdrukkunst in de 15de eeuw dook de gewoonte op om in een boek een ‘ex-libris’ te zetten: een geschreven, gedrukte of gestempelde aanduiding van de eigenaar. Naast een teken van prestige voor de verzamelaar werd het ook een voorzorg tegen verlies of diefstal van een boek, in de hoop het zo terug te krijgen.[2] 



[1] J.W. Luder, Vermakelyke oraculen, ofte kortswylige voorzeggingen (Amsterdam, Erve vander Putte, 1790).

Marsh's Library in Dublin

The Enemies of Books (1880) van de Engelse drukker William Blades beschrijft de vele gevaren die boeken bedreigen: vuur, water, stof, boekenwurm en ander ongedierte, boekbinders, verzamelaars, poetsvrouwen en kinderen. In dit rijtje ontbreken echter de vrienden:

 

Advies aan de bibliophilen.

Er zijn vier vijanden te vreezen voor de boeken,

Stof, wormen, ratten en . . .

Nu, dit zijn de ergste, die ik ken:

De goede vrienden, die in leening hen verzoeken.[1]

 

De Engelse bisschop Richard de Bury schreef in 1344 het oudst bekende tractaat over boekenliefde waarin hij al waarschuwde voor het uitlenen van boeken.[2] Het is een bekend verhaal: je praat enthousiast over een boek uit je eigen bibliotheek en prompt vraagt een bevriende bezoeker het ‘even’ te mogen lenen. Hoe ga je dan om met “die sluimerende angst dat je het boek niet terug zult zien”? Het literair zelfhulpboek De boekenapotheek geeft dan het volgende advies: “Ontwerp ter voorkoming hiervan je eigen ex-librislabel dat je in ieder boek kunt stoppen dat je uitleent – compleet met nauwkeurige instructies over hoe het boek na lezing moet worden geretourneerd en een waarschuwing voor de gevolgen van te laat of niet terugbrengen (gebruik je fantasie; dreigen met vervloeking werkt goed, hebben wij gemerkt).”[3] Of die laatste opmerking echt werkzaam is betwijfel ik, maar vroeger werden ‘boekvloeken’ blijkbaar wel ernstig genomen. Vooraan in het boek schreef men dan een bedreiging of een vervloeking, niet zelden een verwensing naar de hel of een bedreiging met de dood.[4]

Ik heb dus geluk gehad en ben enkel ontsnapt aan een bloedneus, maar ik houd in gedachten: “Een mens moet nooit z’n boeken, z’n gereedschap en z'n vrouw uitlenen”.[5]



[1] Prudens Van Duyse, Nagelaten gedichten – Tiende deel: Rijminvallen (Roeselare, De Seyn-Verhougstraete, 1885).

[2] Philobiblon - over de liefde voor boeken; Nederlandse vertaling bij Carbolineum Pers (2006).

[3] Ella Berthoud & Susan Elderkin, De boekenapotheek (Podium Uitgeverij, 2013).

[4] N.J. Singels, ‘Boekvloek en boekmerk’ in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift, 1921, 31 p 81-87. Zie ook http://www.cubra.nl/edschilders/edschildersboekvloek/welcome.htm & http://www.cubra.nl/edschilders/edschildersleners/welcome.htm 

[5] Citaat uit Jan Mens, ‘Op liefdes lichte voeten’ in De grote vier omnibus (De Arbeiderspers, 1962 p 385)