Boekenminne

Toevallig kreeg ik een boek in handen met het exlibris van de dichter en literator Albert Verwey (1865-1935). Elke boekliefhebber zal geïntrigeerd zijn door de spreuk: In de boeken mag men ‘t zoeken, in der minnen zal men ’t vinnen. Verwey vroeg eerst aan Jan Toorop om een exlibris te ontwerpen, maar verkoos later het ontwerp van zijn vriend de architect Hendrik Berlage (circa 1910), die als kunstdirecteur aan zijn tijdschrift De Beweging verbonden was. “Hoewel het archaïsche taalgebruik en de strekking van de spreuk […] aan de laat-middeleeuwse mystiek doet denken lijkt het aannemelijk dat Verwey zelf de auteur ervan is”, schrijft kleinzoon Gerlof Verwey met volgende toelichting: “Het visserschip (een zgn. Bomschuit of bom) is van het soort dat in Noordwijk aan Zee vaak op het strand te zien was. De donkerbruin-witte achtergrond bij het schip, met de onderscheiding van strand, zee en hemel, toont in gestileerde vorm de drie elementen aarde, water, lucht. In de collectie van het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam bevinden zich de schetsen van dit ontwerp.”[1] Dit sluit aan bij het commentaar van Henk van Buul, de Haagse psycholoog en verzamelaar van exlibrissen: “Het is zo goed als zeker dat de tekst op het exlibris van Verwey zelf is (In de boeken mag men ’t zoeken, in der minnen zal men ’t vinnen). Deze heeft immers een analoog geformuleerde tekst bedacht voor het exlibris dat Anton Pieck in 1934 maakte voor Verwey’s zoon Gerlof. De tekst op dat boekmerk is aldus: ‘met getallen valt niet te mallen, maar wat ze bedoelen moet men gevoelen’. In beide teksten wordt eerst het rationele, objectieve element genoemd en vervolgens wordt het primaat gelegd bij het gevoelsleven en de liefde.”[2]

Kleinzoon Gerlof Verwey was blijkbaar te zeer in bewondering voor zijn bekende grootvader en dichtte hem verkeerdelijk de exlibris-spreuk toe. Het gezegde kwam uit de pen van Hendrik Laurensz. Spieghel (1549-1612), de Amsterdamse dichter, filosoof en taalwetenschapper. In zijn Byspraax almanack (1606) bundelde hij voor elke dag van het jaar een spreekwoord en bij 3 februari meldt hij: “In de boeken, maghment zoeken: maar inder minnen zalment vinnen”.[3] Verwey wijdde een bijzondere studie aan het werk van Spieghel en besprak kort diens almanak: “Zijn verzameling spreekwoorden vertegenwoordigt een belangrijke arbeid, waarvoor vrienden van volkswijsheid hem durend dank weten”.[4] Zo dankt Verwey dus zijn exlibris-spreuk aan Spieghel. Wel blijft het me onduidelijk waarom hij juist dit motto verkoos. Zelf was Albert Verwey geen boekverzamelaar, al bezat hij een interessante bibliotheek.[5] Zijn exlibris heeft dus niet direct iets met boekenliefde te maken. Het plaatst boekenminnaars wel voor een vals dilemma of een soort paradox: zij vinden immers de minne in de boeken!

PS: ik vond ook volgende variant[6]

 In de Boeken Mag men ’t zoeken;

Maar het minnen, Scherpt de zinnen.



[1] Gerlof Verwey & Johan Wilhelm Hulst, De dichter en het boek: Albert Verwey (1865-1937) en het religieuze non-conformisme (Amsterdam University Press, 2012) p 7.

[2] Henk van Buul (2007) geciteerd in https://hetnoordwijkblog.com/2016/08/19/blog8047-ex-libris/. zie ook Jos van Waterschoot, Hooggeleerde exlibris (Amsterdam University Press 1997) p 28-29.

[3] H.L. Spieghel, Byspraax almanack (Amsterdam, Jan Theunissen, circa 1606).

[4] Albert Verwey, Hendrick Laurensz. Spieghel (Groningen, J.B. Wolters, 1919) p 143-144.

[5] Piet J. Buijnsters, Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie (Nijmegen, Vantilt, 2010) p 112.

[6] 't Vermaaklyk lottooneel van Holland, zynde een mengelmoes van zinryke, keurige, geestige, snaakse vremde en wonderlyke, loteryspreuken (Leiden, Hendrik van Damme, 1705) p 114; zie ook https://oudegrappen.simplesite.com/441507899