De verzamelaar van gesloten boeken

Onlangs bevond ik my in een Gezelschap van zo my dacht kundige lieden. Wyl ieder van hun op het zeerst snoefde over de fraayheid van zyn Boeken. De Heer Z. had al zyn Boeken in fransche Banden fraay geconditioneert. Zyn Binder woonde te Parys. De Heer W. had een verzameling van Comedien zo fraay van Echte drukken, dat hy wilde 100 Ducaaten aan de weergaa verzien. De Heer C. had een Compleete verzameling van Poëtische Werken, en Romans, alle onafgesneede en in halve Engelsche Banden gebonden, ô Jongetje het is zo netjes, doch ik wil ook wel weeten dat ze my Gelt kosten, daarop viel hem de Heer D. in de reeden zeggende van Comedien of Romans heb ik 'er geen dan de vermaakelyke Avanturier, verder vind ik geen smaak in die Vodden, maar hebben de Heeren vermaak om myn liefhebbery eens te zien, ik heb al het Beste der Natuurkundige Werken, zo in ’t Fransch, Engels als Nederduitsch en zo ik meen alle welgeconditioneert, want ik wel bekennen dat ik, gaarne een mooije band zie, en dit kan ik de Heeren verzeekeren, gy zult onder myn Boeken 'er geen één vinden dat afgesneeden is niet alleen; maar zelfs geen één, waar van de blaaden opengesneeden zyn, uitgenoomen de Mirandor, daar leest myn Vrouw Zondaags nu en dan in. Onder het uitspreeken deezer laatste woorden, was het my niet mooglyk te blyven zitten, wilde ik door een uitschaterende lach de Heer D. niet schaamrood, doen worden, waarop ik my in een daar neven zynde Kamer begaf, om myn long wat lucht te geeven. In 't vervolg hoorde ik dat de Heer F. aan zyn Ed. vroeg wat nut hy van de Boeken had, als de blaaden noch niet waaren opgesneeden, dat dezelve dan onbruikbaar waaren, dat kan wel zeide de Heer ik ben wel een Liefhebber van een Fraaije Bibliotheek, maar kan geen smaak in 't leezen vinden, daarom heb ik volgens raad van myn Boekverkooper, my van al myn Boeken afgemaakt die af- of opengesneede waaren. Te eerder ben ik hier toe overgegaan, om dat ik hem ken als een kundig Man, als een Man van een goede smaak, en hy my verzeekerde dat zo 'er maar een was, die, de koste wou doen, om zo een nieuwe Bibliotheek aanteleggen, in 't kort al de liefhebbers van Boeken hem zoude navolgen; en dat het ’er al zo meede geleegen was, dat hy voor zyn meeste klanten geen een Nieuwboek meer mocht opensnyden.

Verzameling van ernstige en boertige heekelschriften (Amsterdam, J. Kok, 1772) p 39-40