De boekenreis

 

BOEK GEEN REIS MAAR GA OP REIS MET EEN BOEK!

Aan een kleurrijk verslag van een reis naar Perzië in de 17de eeuw ging een anoniem gedicht vooraf, een lofzang op het boek zelf. Achteraf bleek het van de hand van de al even kleurrijke schrijver Jan Zoet.[1] Hoewel dus bedoeld om een reisboek aan te prijzen kan je het ook lezen als een ode aan de kracht van alle boeken die je op een fantasiereis mee kunnen slepen over de grenzen van tijd en ruimte. Ik citeer hier slechts de begin- en eindverzen.

 

Het Boeck, Tot de Nieuwsgierige Beschouwers.

Ick ben, al schijn ick klein in d’oogen

Een wonder-werck van groot vermoogen.

Ick draagh de Werelt in mijn schoot.

Ick wandel op de vreemdtste stroomen.

lck spoock met hondert-duysent droomen,

Rond-om de Kristallijne kloot[2].

Ick kan u, sonder wieck te roeren,

Van hier, gelijck een Schim, vervoeren …

Mijn tongh zal beter deunen quelen:

En heen en weer, uw oogen strelen,

Koom, spoed u, knap; en laat ons gaan,

De Reys is, met een sprongh, gedaan.

 

Wie nog twijfelt om een boekenreis te ondernemen verwijs ik naar een reeks prenten over schrijvers en hun fantasieën of inspiratiebronnen.[3]



[1] Anoniem, ‘Het boeck, tot de nieuwsgierige beschouwers’ in Adam Olerarius, Beschryvingh van de Parciaensche ofte Orientaelsche reyse (Amsterdam, Jacob Benjamin, 1651). Jan Zoet, ‘Op een wonderlikke raisbeschryving. Het boek tot de beschouwers’ in D'Uitsteekenste digt-kunstige werkken (Amsterdam, Jan Klaasz ten Hoorn, 1675) p 191-193. Zie Rudolf Cordes, Jan Zoet, Amsterdammer 1609-1674: leven en werk van een kleurrijk schrijver (Uitgeverij Verloren, 2008) p 326-328.

[2] Aardbol