Trans-kleding

 

De kleeding à l'amasone.

Een Jonker, als een Vrouw getooid,

Met zwierig opgekrulde lokken,

By handenvol met stof bestrooid,

En glimmend van pomade of andre vette brokken,

Zag thans den aangenamen stond,

Waarop hy met zyn Bruid, zyn lust en welbehagen,

Die hem haar hart had opgedragen,

Vereend zou worden door een wettig trouwverbond.

Zy had, als ryk in geld, en tevens hoog geboren,

Een Amazoonsch gewaad, een kostbaar kleed verkoren.

De Hoofsche Jonker leidt zyn Bruidje by de hand,

En brengt haar voor den Predikant.

Die 't Paar een' langen tyd aandagtig blyft beschouwen,

En eindlyk deze woorden uit:

Ik stel, ô Bruidegom en Bruid!

Wat zwarigheids in u te trouwen.

Ik weet niet of ik my vergis:

Ik zou haast denken dat uw sexe u is vergeten:

Maar neen: dat kan niet zyn: 'k wensch dan van u te weten,

Wie van uw Tweên de Bruid, en wie de Bruigom is.

De vrolyke zanggodinnen, of Mengelwerk van vernuft - Eerste deel (Conradi, Amsterdam / Van der Plaats, Harlingen 1781) p 217; zie Mengelwerk