Pleziervertaler?

Opzoekwerk over het boek Afbeelding van 't oude Romen (1661)[1] leidde me naar de anonieme vertaler die nergens in bibliografieën vermeld staat. Mattheus Smallegange was nochtans een destijds bekend en productief vertaler, al kwam zijn naam in verband met dit boek ter sprake in een merkwaardig bericht bij enkele ‘Losse aanteekeningen omtrent Hollandsche plaatsnijders’:[2]

31 May 1661 verklaren Christoffel Bruijn, out 32 jaren en Melchert Cornelisz, out 19 jaren, beyde plaetsnijders, werkende op de winckel van Sr. Jacobus van Meurs, dat een halff jaer geleden seecker manspersoon Matheus Smallegange ten huyse van Sr. Jacobus van Meurs, Mr. plaetsnijder komende aangenomen heeft voor denselven uyttet Italiaens in 't Nederduyts te translateren seecker boeckjen sijnde de beschrijvinge van 't out en nieuw Romen, ende dat de voorn. Matheus Smallegange ten huyse van den producent [van Meurs] daermede besich sijnde dicwijls en menichmaelen, in plaats van 't voorn. boeckjen te translateren, haer getuygen heeft opgehouden en van haar werck gansche uyren ... ja halve dagen verhindert, haar aanleydinge gevende omme in des producents absentie met negenstuck ofte moolen [bekend spel met 9 schijven] spelen, gelijck sij sulcx verscheijde malen met hem hebben gepleeght ... dat hij, Smallegange haar oock ... in hun werck wilde berispen ende aanwijsinge doen, daar hij doch hem op 't voorn. werck niet en verstont, voorgevende 't geene hij dede was alleene voor sijn vermaack en plijsier ... (zoodat zij hem weg moesten zenden. Smallegange klaagde, dat hij slechts f 80.- met het vertalen verdienen zou).

Artus Geerdingis en Adriaen Koper teekenen als getuygen.

1 Juny 1661 verklaart Adriaen Haelewigh [Haelwech], plaatsnijder, out omtrent 24 jaren, werckende op de winckel van Sr. Jacobus van Meurs bijna hetzelfde. Smallegange die bij hem getuyge ten huijse van Sr. Jacobus van Meurs sliep, heeft tegen hem ... geseght dat hij voor 't translateren maer soude genyeten 80 guldens en off hij schoon dienaangaande iets anders moghten ordonneren, 't sijnde figuren ofte andersints, 't welck buyten stijl was, dat hij sulcx maar dede tot sijn eigen vermaack en pleysier, sonder dat hij daarvoor gelt soude hebben.

Get, Adriaen Haelwegh den 13 July 1661

Volgens dit bericht werd Smallegange slecht betaald voor zijn vertaalwerk zodat hij het vooral deed “voor sijn vermaack en plijsier”. Hij ergerde echter zijn uitgever door diens graveurs met gezelschapsspellen af te leiden van hun plaatsnijwerk. Ook op een andere manier maakte hij het bont: in 1665 werd hij een jaar uit Amsterdam verbannen “wegens een kreupelrijm, onder een zinnebeeldige prent op Prins Willem III, dien hij als stadhouder wenschte”. Mattheus Smallegange werd vooral bekend door zijn Cronyk van Zeeland (1696), waar hij kosten nog moeite voor spaarde, maar hij kampte zijn hele leven met financiële problemen en stierf berooid in zijn geboortestad Goes.

Wellicht is in den langdurigen onvoltooiden studententijd en door latere reizen, zijn vermogen teloorgegaan, en heeft hij levenslang een moeilijke worsteling voor het bestaan moeten voeren, waarin hij als broodschrijver de edelste eigenschappen van een geschiedvorscher, eerlijkheid en moed, meermalen heeft prijs gegeven. Gelijk in berooiden toestand dikwijls gebeurt, poogde hij zich door ijdelheid te verheffen, waarvan het opgedirkte familiewapen op den titel der Cronyk een bespottelijk bewijs geeft; ook in de genealogie en elders vindt men blijken van dwaze zelfverheffing. Deze niet onbekwame en naarstige man zou wel een nader onderzoek verdienen…[3]


[1] Afbeelding van ‘t oude Romen (Amsterdam, Jacob van Meurs, 1661); vertaling van Ritratto di Roma antica (Rome, Pompilio Totti libraro, 1627).

[2] D.O. Obreen, Archief voor Nederlandsche kunstgeschiedenis (Rotterdam, W.J. van Hengel, 1888) deel 7 p 254-255

[3] Frederik Nagtglas, Levensberichten van Zeeuwen - Derde aflevering (Middelburg, Altorffer, 1891) p 645-647. Dat ‘nader onderzoek’ is verschenen: Pieter J. Verkruijsse, Mattheus Smallegange (1624-1710) en zijn "Cronyk van Zeeland" (Schiedam, Interbook International, 1977).