Varia 7

Klassieke street art

Drinkboek

Privélessen

Historieschrijver

Worstenwijsheid

Stoelenman

Hemelmeter

Els Calderes

Boekenfee

Boekenstal

Schiet raak!

 

Klassieke street art

Slasky is een Italiaanse kunstenaar die klassieke werken bewerkt met hedendaagse digitale kunsttechnieken. Zijn promotiepraatje klinkt aldus: “Met zijn neo-urban klassieke stijl slaat hij een brug tussen traditie en modernisme en brengt hij protagonisten van de originele kunstwerken in hedendaagse sociale en artistieke omgevingen”. Zijn werk is zoals zijn naam – ecce Bansky – commercieel gekleurd met vaak goedkope en/of gezochte trucjes, maar deze vond ik wel goed gevonden. Het origineel is Vénus et ses compagnons (1726) van Noel-Nicolas Coypel. 

Drinkboek

 

Bij het Nederlandse veilinghuis Medusa Auctioneers vond ik deze Duitse bierpul in de vorm van een menselijke schedel rustend op een Commersbuch met de spreuk ‘Gaudeamus igitur juvenes dum sumus’: laat ons genieten zolang we jong zijn. Het commerciumboek of studentencodex is een traditioneel liedboek vooral gebruikt bij de ‘cantus’ van universiteitsstudenten, waarbij dit lied het drinkritueel inluidt ‘ad fundum’: de bierpot tot op de bodem ledigen!

Zie ook ‘Boeken/flessenwijsheid’ in Varia 3

Privélessen

 

Van de Italiaanse genreschilder Lucius Rossi (1846-1913) is deze La leçon de géographie (soms betiteld als Les femmes savantes). Tegen een grote kaart van Italië geeft de privéleraar een uiteenzetting voor een stel fel opgetutte juffrouwen. Ze lijken niet erg geboeid, een open boek op de schoot en de schoentjes rustend op een kussen. Maar is het een les aardrijkskunde? Waarom wijst de leraar dan naar een schedel op de tafel? Bij dit schilderij hoort een tegenhanger: La leçon de religion ook omschreven als Les belles pécheresses. De meisjes kruipen nu wat bang tegen elkaar terwijl een monnik zijn ‘donderpreek’ houdt met op de achtergrond de aanbidding van het gouden kalf. Ach, kostelijke lessen maar allemaal zonde van de tijd… 

Historieschrijver

Het was – eens te meer – een illustratie van Atte Jongstra, in diens grappig versneden Worst (2014), die me tot dit opzoekwerk verleidde. De Klucht van Robbert Lever-worst werd in 1661 gedrukt ‘Voor Jacob Vinckel, Boeck-verkooper in de Oude-Lelystraet, in de History-Schrijver’. Met name dat laatste intrigeerde me. Waarom betitelt een Amsterdamse uitgever zich als ‘historieschrijver’? Jacob Vinckel had een boekwinkel in de Langebrugsteeg (1654-1656), in de Oude Leliestraat (1658-1665) en in de Beurssteeg (1665-1677), telkens met het uithangteken ‘In de History-schryver’. Hij zou een jeugdvriend van Vondel zijn geweest maar had een dubieuze reputatie als ‘allemans naerdruck’: de meeste van zijn uitgaven waren nadrukken zonder dat hij dit meldde! Het liep echter financieel slecht af zodat de inboedel van zijn winkel openbaar verkocht werd in 1678 en twee jaar later overleed hij. Mogelijk verkocht hij in zijn winkel wel diverse ‘geschiedenissen’ om toch zijn uithangbord te verantwoorden?  

H.F. Wijnman, ‘De Amsterdamsche boekverkooper Jacob Vinckel’ in Vondel kroniek 1934, 5 p 189-195; Volgens het Adresboek Nederlandse drukkers en boekverkopers tot 1700 (Den Haag, KB/STCN 1999) werd het uithangbord ‘In de history-schryver’ nog gebruikt door Jan Claesz ten Hoorn (1686-1706) en de Haagse drukkers Jacobus en Leendert Scheltus (1667-1676).

Worstenwijsheid

 

De curieusheyt wert met recht ghenoemt een Stiefmoeder van 't gheluck; Veel zijnder die gheen beulinghen en meughen, wanneer zy dencken wat onreynicheydt door de darmen heeft gheloopen. Een bekeerde Zondaer moetmen niet achten voor zulcks als hy was, maer voor 't geen hy nu is. Zalmen den raedt van een wijs man verwerpen, omdat hy in sijn jeught wat gheschroeft heeft? dat voorby is, is windt, wat comen zal is onzeker; hy is wijs, die het teghenwoordighe tot zijn nut en oorbaer weet te ghebruycken.

Het bekende embleemboek van Roemer Visscher Sinnepoppen (1614) werd in 1669 heruitgegeven met enkele toevoegingen door zijn dochter Anna, zoals deze tekst; ‘gheschroeft’ = een liederlijk leven geleid; ‘oorbaer’ = voordelig. Zie ‘boekenkruid’ in Varia 4 en Atte Jongstra’s boek Worst (2014) p 287.

Stoelenman

 

Het Brusselse veilinghuis Morel de Westgaver biedt deze aquarel aan van een overigens onbekende kunstenaar ‘A. Audiens’ uit Kortrijk (circa 1900). Een keurig geklede man draagt drie stoelen – ja goed tellen! – op het hoofd waarvan de rieten zitsels aan herstelling toe zijn, zoals ook het rietvlechtwerk of cannage onder zijn arm. Misschien is hij onderweg naar de destijds befaamde Kortrijkse meubelfabrikant Gebroeders De Coene. Het jongetje op de achtergrond heeft er lol in en wij ook…

 

Wikipediaweetje: een van de stoelen is een kopie van de bekende Thonetstoel Model Nr. 14. Zo heb je weer iets bijgeleerd!

Hemelmeter

Vele almanakken van de 17-18de eeuw hebben ‘hemel-meter’ in de titel, wat verwijst naar de populaire astrologische voorspellingen. De oudste Prognosticatie ofte oprechten Venetiaenschen hemel-meter verscheen in Gent in 1668. Waar komt die uitdrukking vandaan? Het Bijbelboek Jesaja (40,12) waarschuwde: “Wie heeft in de holle hand de wateren uitgemeten? Van de hemel met een span de omtrek bepaald? Het stof der aarde in een maat gevat? De bergen gewogen met een balans, de heuvelen in een weegschaal?” Astronomen of sterrenkundigen werden voor het eerst omschreven als ‘hemelmeters’ in Tweevoudigh onderwijs van de hemelsche en aerdsche globen van de bekende Amsterdamse cartograaf en uitgever Willem Blaeu. Het boek verscheen in 1634, het jaar van het huwelijk van zijn zoon Joan Blaeu met Geertruid Vermeulen. Vondel schreef hiervoor een bruiloftsgedicht met volgende verzen:

 Sijn boesem brande stracx van hoop,

Die hem den lust van starrenloop

En ’t schrander hemelmeten

Benam en deed vergeten.

Het astronomieboek van Blaeu werd uit het Latijn vertaald door wis- en sterrenkundige Maarten van den Hove. Heeft deze de omschrijving ‘hemelmeter’ bedacht of liet hij zich inspireren door het gedicht van Vondel?

Zie ook Oprechte voorspeller

Jan Fabre ‘De man die de wolken meet’

Els Calderes

 

Een bezoek aan het landgoed Els Calderes voert je terug naar de 18de eeuw van een grootgrondbezitter in Mallorca. De familie hield van jacht en kunst in allerlei vormen. Naast de traditionele bibliotheek bevat het landhuis ook een merkwaardige bibliofiele ‘mancave’, wellicht niet toevallig in de buurt van de wijnkelder… Tussen de huisraad ook een reiskoffer speciaal voor boeken. De liefde voor boeken en jacht staat vereeuwigd in een merkwaardig schilderij waarin een nogal fors uitgevallen putto komt aangevlogen met een boek en daarop een steenpatrijs.

Boekenfee

 

De Parijse schrijver Pierre-Jules Hetzel werd bekend als uitgever van de Voyages extraordinaires van Jules Verne. In de eindejaarscataloog zat dan ook vaak de nieuwste Verne, zoals in deze affiche van 1879, ‘La Fée des livres’, een litho van Jean Geoffroy gedrukt in Amsterdam bij Gustaaf Amand. De boekenfee deelt de nieuwste lectuur uit maar tussen de bende gretige lezertjes staat een jongetje nieuwsgierig te kijken naar een stapeltje verborgen in de schaduw: zouden Bossuet, Corneille, La Bruyère, Racine en Fénelon niet interessanter zijn?!

Boekenstal

Deze prent wekt de indruk dat we hier met een leergierig paard te doen hebben, uit de tijd dat de dieren nog lezen konden (zie Galerie lectuur). Maar de pas gehuwde Magister Polycarpus Gabriel Simpel verhaalt wat er echt gebeurd is toen hij verplicht werd een kozak bij hem thuis onderdak te bieden.

Ik beefde en verbleekte bij de aankomst van den langbaardigen gast, in weêrwil hij mij vriendelijk de hand bood, om mij gerust te stellen. Hij bragt zijn paard in huis. Ik poogde stamelende hem in het Duitsch, Latijn, Grieksch, Hebreeuwsch, ja zelfs in het Chaldeeuwsch begrijpelijk te maken, dat ik geen stal had. Hij verstond mij niet. Hij ging zijnen weg voort in den tuin, wiens enge ruimte een haan met zeven vrouwen bewoonde, die gezamenlijk verschrikt over den muur vlogen, toen de geduchte vreemdeling derzelver gebied betrad.

Overtuigd, dat hij daar zijn paard niet onder het dak kon brengen, kwam hij terug. Ik gaf door gebaarden mijn leedwezen te kennen, dat het mij niet mogelijk was, hem het noodige gemak te verschaffen. Met listige oogen zag hij het huis door, bemerkte de deur van mijne studeerkamer, en maakte die open. Ik liet dit gerust toe, dewijl ik hoopte, dat de daarin geplaatste boeken hem van zelf leeren zouden, dat hij geen stal voor zich had. Doch naauwelijks had hij eenen vlugtigen blik in mijn museum geworpen, of hij knikte tevreden met het hoofd, en trok het paard er in. “O welk eene ontheiliging!" riep ik en krabde van spijt met beide landen in mijne pruik.

De Kozak was in de kamer terstond te huis. Hij zette de lans uit de hand, gespte zijne pakkaadje achter den zadel los. Toen gaf hij mij een klaar bewijs, dat zich zulke mannen in verlegenheden weten te helpen. Hij hervormde in twee minuten mijne schrijftafel in eene kribbe voor zijn paard. De daarop liggende boeken en schriften wierp hij er af, kreeg uit de boekenkas eenige folianten, ombouwde daarmede, als met eenen muur de vlakte der schrijftafel, wierp de binnenste ruimte vol haver, die zijn klepper terstond in beslag nam, en met heerlijken eetlust verteerde. Ik zag zulks met vertwijfeling aan, en zuchtte: “O krijg! o krijg!"

Het was juist middag. Mijne vrouw zag zich genoodzaakt, de voor ons bereide spijzen den Rus voor te zetten. Zij trad met den schotel in de kamer. Hij lachte haar toe, en wilde haar die wangen streelen. Doch nu kreeg ik moed, trok zijne hand terug, en beduidde hem, met gebaarden, dat dergelijke gerijfelijkheden niet tot de verpligtingen der inkwartiering behoorden. Lagchende nam hij dit onderrigt aan, zette zich biddend aan tafel, en genoot den rijkelijken maaltijd, zonder iets daarvan over te laten of meer te verlangen.

August Friedrich Ernst Langbein, Bruidegomsreis van Magister Simpel en andere boertige vertellingen (Haarlem, Wed. A. Loosjes, 1821 p 82-84); vertaling van ‘Magister Zimpels Brautfahrt’ (1820); prent uit Sämmtliche Schriften – 29. Band (1837).

Schiet raak !

In een Franse veiling zie ik deze gravure, L'Archer et la Laitière, van Andries Jacobsz. Stock naar een ontwerp van Jacob de Gheyn II, circa 1610. De boogschutter mikt recht op de toeschouwer terwijl een melkmeisje zijn beide ellebogen ondersteunt. Helpt zij hem echt? De tekst suggereert iets anders:

Wacht u voor hem, die alsins mickt

Dat sijnen boogh, u niet verklickt

Verklikken betekent zowel verraden als in de val lokken! Opvallend in het beeld: zijn kruisboog staat mooi vertikaal boven zijn schaambuidel of kulzak, haar volle melkkruik staat op de grond en zij draagt zijn hoed. In die tijd had een melkmeid de reputatie licht van zeden te zijn. De kunstenaar verklaart het tafereel door het verdere verhaal in de achtergrond. Het koppeltje zit te vrijen: hij heeft zijn hoed weer op, zijn boog op de grond en zij zit op de omgekeerde melkkruik. Weg zijn de pijl en de melk…

Van dit thema bestaan enkele varianten https://artifexinopere.com/blog/interpr/themes/au-doigt-et-a-loeil/1-sous-loeil-de-larcher/