Democritus minor

Boekennon
Kwade boeken
Liefdesvragen
Natte kousen
Vrouwenpolder
Wild wapenschild
Dringende vraag
Gekookte filosofie
Boekenbeul
De benen van Cléo
Plezier met zeeziekte
Hondenstiel
Stinkende rekenles
Gewichtige reclame
Dorpsbarbier
Bizarreries
Toverboekje
Heilige zoenen
Mysterieus Holland
Regen in Amsterdam
Zondagochtend
Verleidelijke bibliotheek



De keisnijding, een bekend schilderij van Jheronimus Bosch (of een navolger), hekelt dwaasheid en goedgelovigheid. Wat mij hier het meest intrigeert is het beeld van de vrouwenfiguur met een boek op haar hoofd. De uitleg van Wikipedia: “Geheel rechts maakt een non onzinnig gebruik van een boek”. Maar het feit dat ze naast een monnik staat maakt haar nog niet meteen tot non. Wordt er hier gespot met ‘boekenwijsheid’ of zogenaamd ‘geleerde’ vrouwen? Vele interpretaties mogelijk maar deze vond ik de mooiste: “Neem bijvoorbeeld de figuur rechts op ‘De Keisnijder’, een vrouw die op een statafel leunt. Op haar hoofd ligt een boek, en haar oogopslag is zo goed geschilderd dat je ziet hoe diep zij peinst. Ik heb me vaak afgevraagd wat dat boek dáár doet en wát zij peinst. Tegenwoordig meen ik dat er een verband is tussen boek en gepeins, en dat zij het volgende denkt: ‘Ik weet toch zeker dat ik het gisteren nog ergens heb zien liggen.’ Maar misschien zie ik dat morgen weer heel anders. Dat is het mooie van het werk van Bosch: dat twijfel de enige zekerheid is.”
https://nl.wikipedia.org/wiki/De_keisnijding; https://www.hartpatienten.nl/snijden/
Dit Kortrijkse volksboek uit 1778 waarschuwt de kinderen: “Door lezinge van kwaede Boeken worden onzen geest en hert bedorven. Gij moet ‘er van eenen zoo grooten afkeer van hebben, als van eenen vergiftigen beker. Waert dat ‘er eenen onder uwe handen kwam, volgt alsdan het gedrag van zekeren Jongen Heyligen, den welken eenen Roman gevonden had, en het opschrift daer van gezien hebbende, den zelven aenstonds in het vier wierp, ende zyne handen ging wasschen, om dat hy het buytenste daer af met de toppen van zyne vingeren had aengeraekt. Zoodaeniglyk was hy verzekert, dat 'er niet schandelyker en droeviger kond zyn als kwaede Boeken.”



Vergeet je sterrenbeeld om de toekomst te voorspellen. Hier is de ZODIAC liefdes- of waarzeggersautomaat: 'Answers your love questions'. Je steekt een cent in de gleuf en draait even aan de knop om het antwoord te weten op vragen als “Will my luck change? Will I marry soon? Am I really in love? Will I be rich? Am I too shy? Will I have a large family? Am I lucky in love?” Bovenaan in een klein venster krijg je dan een van de mogelijke antwoorden: “No / Perhaps / Doubtful / Try again”. Voor zover ik de mechaniek binnenin kan volgen moet je hier dus geen blije voorspelling verwachten…

Joan Collette (1889-1958) was een veelzijdige Nijmeegse kunstenaar die bekend werd door zijn monumentale muurschilderingen en glas-in-loodramen. Heel verrassend en weinig bekend is dit reclamewerk met een humoristisch tintje.
zie ook ‘waterdelier’

In de zomer van 1872 heeft Charles De Coster (schrijver van o.a. De Legende van Uilenspiegel, 1867) een voettocht door Zeeland gemaakt samen met zijn vriend de schilder Adolf Dillens. Zijn verslag ‘La Zélande’ verscheen in Le Tour du Monde (1874) met daarin gravures naar de tekeningen van Dillens. Deze laatste maakte veel schetsen en liet ze zien aan de verbaasde inwoners, zoals hij hier zelf weergeeft in deze herbergscène in Vrouwepolder waar het er vrolijk aan toe gaat!
Vertaling: Zeeland door de bril van 1873 (Wereldbibliotheek, 1965)
De overigens onbekende Duitse kunstschilder Lilli Weerk maakte in 1903 dit merkwaardig trompe l’oeil: op een houten plank in de vorm van een schild hangen enkele dode vogels. Vaak pochten edelen met hun jachttrofeeën maar hier is hun wapenschild eerder macaber ironisch…



Jacob van Lennep schreef De vermakelijke Latijnsche spraakkunst ‘ten nutte der jeugd’ en soms grappig geïllustreerd. “Te oro, domine, ut exeam” of “Mag ik alsjeblief naar buiten, mijnheer?” werd plastisch getekend door Johan Kachel in de editie van 1866 en braafjes door Alfred Ronner in de uitgave van 1890.
Zie ook ‘urografie’


Dus volgens Veth “heeft Smies een groote teekening gemaakt op het menschen-fabriceeren langs chemischen weg” maar voegt er een morele kanttekening bij “door bij de mechanische geboorten in zijn apothekerswinkel een vrouwtje te teekenen dat voornemens schijnt zich bij de ouderwetsche manier te houden”. Inderdaad, links aan de winkeltoog staat een duidelijk zwangere vrouw. En in de achtergrond lijkt een koppeltje te dansen: hij pakt haar stevig vast terwijl zij een borstel in de hoogte houdt. Laat zij zich tijdens het afstoffen verleiden of mag hij meteen een flinke dreun op zijn hoofd verwachten?
Ik kwam deze prent voor het eerst tegen in Geschiedenis van de Nederlandsche caricatuur van Cornelis Veth (1921) waar het betiteld wordt als ‘Magazijn van aesthetische wezens (het verwekken van kinderen langs chemischen weg)’. Dat is echter een heel misleidende omschrijving want in het Amsterdamse Rijksmuseum staat het als ‘Apodictische Waaren, allegorie op de filosofie van Kant’. Rond 1807 maakte Jacob Smies deze spotprent: in een drukke apotheek wordt een menselijk geraamte onderzocht en uiteengenomen terwijl op de voorgrond een man (die erg gelijkt op Immanuel Kant) in een grote kolf filosofieboeken kookt tot ‘abrakadrab'…
Zie ook ‘stoomcursus’


Toen Nederland in 1810 werd ingelijfd bij het Franse rijk van keizer Napoleon werd een bijzondere censuur op publicaties ingevoerd. Carel Alexander van Ray, in Amsterdam bevoegd als ‘inspecteur der lectuur', kreeg er spoedig de bijnaam van ‘boekenbeul'. Hij werkte voorheen bij de uitgever Hendrik Moolenijzer die hem wegens fraude ontsloeg. Van Ray liep dan over naar de politie en werd belast met het onderzoek van boeken en dagbladen. Overal ontdekte hij toespelingen op de politieke toestand of op de persoon van de keizer. Hij zorgde er zelfs voor dat zijn vroegere werkgever in de gevangenis terechtkwam, gelukkig voor slechts korte tijd omdat na Napoleons nederlaag in de slag bij Leipzig in 1813 Nederland weer onafhankelijk werd. Rond die tijd verscheen deze spotprent op de ‘boekenbeul’ uitgegeven door Moolenijzer: een man met paardenkop, bovenop een drukpers gezeten, wordt er door een kozak met zijn lans afgestoten en rechts staan twee drukkers die zich bevrijd voelen.
H.E. Knappert, ‘De Amsterdamsche boekenbeul, 1810-1813’ in Maandblad voor bibliotheekwezen 1913, 1 p 259-266.
Zie ook ‘boekverkopers’

Rudolf Bernauer & Carl Meinhard, Die Kunst im Leben des Kindes (Berlijn, 1904) was een parodie in reactie op ‘schaamteloze kinderboeken waarin lelijke gezichten het esthetische gevoel van kinderen bederven’! Cléo de Mérode was een destijds beroemde Franse variétédanseres en vermoedelijke maitresse van de Belgische koning Leopold II. Bijstaand versje wijst erop dat er heel wat dun kan zijn, zoals een haar, een draad of de inhoud van sommige hersenen…
Maar het dunste o wee o
Zijn de benen van Cléo.

Ik kwam dit schilderij op het spoor via het grappige en leerrijke boek van Matthijs Van Mierlo: Stupid faces in stunning paintings – Vijftig verhalen over de dwaze kant van grote kunst (Gent, Borgerhoff & Lamberigts, 2025). Hier gaat het om ‘Zeeziekte op een Engelse korvet’ van François-Auguste Biard (1857). Om de diverse reacties van de passagiers te bekijken moet je het doek kunnen uitvergroten op je scherm en dan stap voor stap de personages bestuderen: ik verzeker je een plezierreis! Met dit doel kan je het gratis downloaden van het Dallas Museum of Art: https://dma.org/art/collection/object/5333336

Clément-Auguste Andrieux maakte een reeks tekeningen Souvenirs d'un assiégé; de septembre 1870 à janvier 1871 (Paris, 1871). ‘Pour un peu de cheval, quel métier de chien!’ is de titel van deze prent. De treurige bende in de regen staat niet te wachten bij de ‘Librairie d’éducation’ maar bij de slager, als daar nog iets te krijgen valt… Omsingeld door Pruisische troepen leed de Parijse bevolking een grote hongersnood. Tegen de winter raakten de voedselvoorraden op zodat de inwoners gedwongen werden paardenvlees, honden, katten, ratten en uiteindelijk zelfs dieren uit de zoo te eten.

Hier volgt een stuk uit een destijds populair ‘toverboek’ van Simon Witgeest, vermoedelijk het pseudoniem van Willem Goeree (1635-1711), boekhandelaar en uitgever uit Middelburg. In de klas wil de meester ‘cijferkunst’ bijbrengen op een wel erg platte manier, vertrekkende van het gegeven dat 12 ‘buikrommelingen’ leiden tot 1 scheet:
Hoort Arithmeticasche geesten,
Twaalef Buyk-rommelingen maken een veeste.
Twaalf Veesten gevangen in Neus of Mond,
Maken een wel-gesalmeerde Stront,
Twaalf Stronten, let hier wel op,
Maken soo veel Stront als een Schop.
Twaalf Schoppen Stronts afgestreeken met een Lemmer,
Vullen gesamentlijk eenen Emmer.
Twaalf Emmeren Stront, 't sy van Wiesen of Narren,
Maken uyt een volle Karre.
Twaalf Karren Stronts; 't sy klein of groot,
Vullen een volkomen Boot.
Twaalf Booten Stronts van Borgers oft Eelen,
Maaken uyt een heele Karveele.
Nu doet men weten en verstaan
Hoe veel Buyk-rommelinge in een Karveele Stront gaan?
Slotsom: volgens deze rekenkunst bevat een karveel of klein zeilschip uiteindelijk 35831808 ‘buyck-rommelingen’! In hetzelfde ‘toverboek’ staat ook een recept om 200 scheten te laten….
Lees ook over ‘winderigheid'

Fonderie typographique Van Loey-Nouri was een lettergieterij in Brussel, actief in de eerste helft van de 20ste eeuw. Blijft hier een raadsel wat bedoeld werd met deze dame in violet en bruin geprijsd per kilogram?!

Moest je de titel van deze 18de eeuwse gravure niet kennen, zou je toch niet meteen aan een barbier denken. Destijds stond hij echter niet als kapper bekend maar als ‘chirurgijn’ die kleine geneeskundige ingrepen uitvoerde (zoals aderlatingen). Nu wordt het duidelijk dat deze dorpsbarbier ijverig zit te studeren in medische boeken.


Op het eerste gezicht lijken deze afbeeldingen gemaakt door een kubistische kunstenaar maar deze merkwaardige etsen zijn ongeveer vier eeuwen oud! In 1624 produceerde de Italiaanse schilder en graveur Giovanni Battista Bracelli een buitengewoon prentenboek: Bizzarie di Varie Figure. De 47 platen tonen menselijke figuren opgebouwd uit allerlei objecten, meestal abstract (kubussen, ringen en vierkanten) maar ook voorwerpen als schroeven, gevlochten haar en de natuurlijke vormen van bomen. Het idee om menselijke vormen uit te beelden met andere objecten (bijvoorbeeld groenten en fruit) was een halve eeuw eerder al bekend door het werk van Giuseppe Arcimboldo. Maar Bracelli’s experiment met abstractie was compleet uniek en belichaamde een robotachtig beeld van de mens eeuwen voor dit gemeengoed is geworden.
https://publicdomainreview.org/collection/bracelli-s-bizzarie-di-varie-figure-1624/
Tristan Tzara, Bizzarie. Propos sur Bracelli (Paris, Alain Brieux, 1963)
.jpg?etag=W%2F%2218f41d-19d3f80fc18%22&sourceContentType=image%2Fjpeg&ignoreAspectRatio&resize=266%2B448&quality=85)
In dit zeldzame toverboekje leer je niet alleen allerlei goocheltrucjes, maar ook om iemand meer dan 200 scheten te doen laten of om te testen of een vrijster nog een reine maagd is!
zie 'toverboekje'

‘Les saints enfants s'embrassant’ is de omschrijving van dit schilderij toegeschreven aan een leerling van de Antwerpenaar Joos Van Cleve rond 1600. Hoe ‘woke’ was de 17de eeuw?

La Hollande Septentrionale (1996) van de Nederlandse kunstschilder Pat Andrea intrigeert zowel door de voorstelling als de titel. De schilder wordt beschreven als “een van de meest prominente figuren in het Europese realisme en de nieuwe figuratieve iconografie. Zijn schilderijen combineren klassieke kwaliteit met een grimmig neo-expressionisme, waarbij seksualiteit, angst en verlangen naadloos in elkaar overvloeien om beelden te produceren die speels en toch verontrustend intens zijn”. Moet de kaart van Noord-Holland ons hierbij de weg wijzen want ik ben even het noorden kwijt…

De anonieme kunstenaar legde dit plaatje vast op 20 maart 1887 in Amsterdam. Hij wilde het duidelijk in zijn geheugen vastleggen, deze ontmoeting met een Hollandse schone die als het ware schaatst in de regen. Ze kijkt hem lachend aan en laat een stuk van haar kousenband zien: toevallige geste?

‘Dimanche en Flandre’ heet deze tekening van Félicien Rops (1833-1898). Vergeleken met de bekendste werken van deze Naamse kunstenaar is dit een ‘brave’ scène van een zondag in de populaire badstad Blankenberge. Aan de kijker te fantaseren wat hier zo vermoeiend was…
Zie ook ‘Trappisten betrapt’

Illustratie van Joseph Hémard in La rôtisserie de la reine Pédauque (Paris, R. Kieffer, 1923) van Anatole France. In deze historische roman uit 1892 volgen we de lotgevallen van enkele heren in het 18de-eeuwse Parijs, waarbij een bibliotheek een belangrijke rol speelt.
Wie benieuwd is naar meer prentjes van 'sexy librarians' en
'love in the library' piept even in Biblio-erotica