Oprechte voorspeller

 

Het enige bekende exemplaar bevindt zich in de universiteitsbibliotheek van Leiden: Aardige en vermakelyke almanak der hedendaagsche gekken, waar by komt de wonderbaare waarzegger, verscheide byzondere zaaken voorzeggende, die in 't jaar 1762 staan voor te vallen…Vercierd met aardige plaatjes. Tweede druk. Op het eerste zicht lijkt het een van de vele almanakken met de kalender van feestdagen, vertrektijden van schepen en postkoetsen, data van kermissen en markten, gevolgd door een mengeling van korte verhalen, gedichtjes en anecdoten. Maar de literatuurhistoricus André Hanou merkte dat deze almanak naar vorm en inhoud toch erg bijzonder is: “Men heeft moeite besteed aan dit drukje. Dat blijkt ook uit het voorkomen van acht bijzonder aardige illustraties, met onderschriften. Op die plaatjes ziet men als mens verklede apen, met pruik en steek. […] Die platen in onze almanak attenderen op nog iets anders. Bij nader toezien hebben vele verhaaltjes in het mengelwerk te maken met de idee dat glans in dit leven slechts schijn is.”[1] Maar de historicus wist blijkbaar niet dat heel wat verhaaltjes en gedichten overgenomen waren uit De nieuw-gesorteerde uitdragerswinkel der tegenwoordige waereld van Johann Valentin Neiner.[2]



[1] André Hanou, ‘Apen en almanak’ in Omslag, bulletin van de universiteitsbibliotheek Leiden en het Scaliger instituut 2008, 3, p 3-4.

[2] Johann Valentin Neiner, De nieuw-gesorteerde uitdragerswinkel der tegenwoordige waereld, waar in allerhande waaren en waarheden te koop zyn; vervult met aardige invallen, geestige aanmerkingen en merkwaardige historien… Uit het Hoogduitsch vertaalt. Eerste & tweede deel (Amsterdam: Erven J. Ratelband, 1735-1734). Zie https://oudegrappen.simplesite.com/441014705

Hanou was de unieke almanak op het spoor gekomen tijdens een “jacht naar een tekst waarin Ludeman zou moeten voorkomen. Deze Johannes Christophorus Ludeman, een import-Duitser, maakte furore in de eerste helft van de achttiende eeuw in Amsterdam en Nederland, eerst als religiefanaat, later als piskijkerastroloog-medicus.” Hanou laat Ludeman verder links liggen maar ik ben erg benieuwd omdat de titelpagina van de Aardige en vermakelyke almanak der hedendaagsche gekken aankondigt: “Waar by komt de wonderbaare waarzegger, verscheide byzondere zaaken voorzeggende, die in ’t jaar 1762 staan voor te vallen enz. […] en opmerklyke voorzegginge volgens de geheime waarneminge van den berugte astrologist Ludeman”. Deze zorgt niet gewoon voor een reeks voorspellingen maar wel voor de “oprechte Nederlandsche waarzegger”! Daarom volgt hier de integrale versie (met verklarende noten), al waarschuwt de tekst voor de “Waarzeggers, die men voegt in de Almanakken van een stuiver” – spoileralert –  “Elk die verstand heeft lacht 'er om”.

 

DE OPRECHTE NEDERLANDSCHE WAARZEGGER, Voor het Jaar 1762.

Volgens de Grondregels van den Astrologist Ludeman.

 

Dit Jaar zal gelyk alle Jaaren zyn loop hebben, dat is, het zal beginnen met den eersten January en zal eindigen met den laatsten December. Wonderlyk zal zyn aanvang zyn voor veelen, aangenaam voor die veel geld in te maanen[1] hebben, verdrietig voor de geenen, die meer moeten betaalen, dan zy hebben in te wagten; evenwel zal den tyd en het Jaar zynen gewoonen loop volbrengen, zonder zig ergens aan te bekreunen[2].

Dit jaar zullen veele menschen gevonden werden, welke zoo dikhuidig zullen zyn, dat ze hunne gebreken al zoo min zullen kunnen merken, als den Ezel den dag van St. Crispyn[3], waar door zy in dezelven al meer en meêr zullen verwarren, als een Varken in de modder, zoo dat 'er geen herstelling aan zal zyn.

Van den eersten January tot den laatsten December zal de waare Vriendschap zoo raar zyn, als de beruchten Steen der Wyzen, waar na de Goudmakers zoeken, dog die zy niet kunnen vinden, en ook niet vinden zullen, al stooten zy zig zelven zoo zwart als de Nikker[4]. Dit zal een gevolg hebben, dat het goed doen steets kwalyk zal beloond worden, en de ondankbaarheid den meester zal speelen.

Veele Schryvers zullen dit Jaar zig toeleggen om door opgesneukte listigheden de Waereld te bedriegen; Merkuur[5] zal dit vuur aanblazen, en er om lachen dat hy schatert. Nieuwe Ketteryen staan voorhanden, de Schryvers zullen daar onder roeijen, en wanneer een goed deel volk bedrogen is, zullen zy van de Prins geen kwaad weten.

Dit jaar zullen veele het besluit neemen nooit te trouwen, om dat de Meisjes zoo goedkoop zyn, dat men er geen vleesch voor kan eeten, dog anderen zullen daar weder tegen inbrengen, dat het beter is een eigen Paard op stal dan een huurling. De verstandigen zullen zeggen dat de laatste gelyk hebben.

Te Parys en Londen zullen dit jaar hevige onlusten ontstaan, aangaande de verkiezing van een nieuwe Mode; deze onlust zal in Holland overslaan, alwaar deze zaak op de saletten[6] diepzinnig en met nodige aandagt en oplettenheid zal onderzogt worden; evenwel zullen deze zig voor de Engelsche, en geene voor de Fransche Mode verklaren, terwyl de Hollandsche Mode in een hoek zit te pruilen, en nergens welkom is dan in oude Kleerewinkels.

Dit jaar zullen de Ouders, aangaande de opvoeding van hunne Kinderen, te werk gaan dan in voorige Jaaren. Veele Kinderen zullen haare Ouders regeeren en overdwarsen, en dezelve geheel naar hunne pypen doen dansen, terwyl de Ouders daar in genoegen neemen, denkende zulks betaamlyk te zyn, om dat zy ook alzo met hunne Ouders in hunne jeugd omgesprongen hebben.

Veele Liefhebbers van Paarden en hartdravery zullen dit Jaar hals en beenen breeken, zonder evenwel aan die ledematen pyn te gevoelen. Het zal een wonder zyn dat de hartdravery zulke uitwerkzelen zal hebben; dit zal de verstandigen afschrikken, om naar een zilvere zweep te draven.[7]

Dit Jaar zal de tyd zoo koppig zyn, dan voorheen. Hy zal zoo doof zyn als een Spin. De Geleerden zullen hem betaamlyk betragten, en hy zal voor hen niet te traag in zyn loop zyn, maar de zotten zullen hem met kaartspel, tikketakken, kolven, ryden en rotten[8] zoeken te verdryven. Zyn dit geen volmaakte Zotten?

Een Venus Beeld zal dit Jaar meer waard by de dwaazen zyn, dan de Afbeelding van den grooten Erasmus. De Liefhebbery zal niet verslappen, maar eer toenemen, waar door het wel zoude kunnen gebeuren, dat veele hun hooft zouden krouwen[9], wanneer het te laat is, en zy zoo onnozel op den dyk zitten te kyken, als malle Joris[10].

Kaarten en dobbelsteenen zullen dit Jaar de Heiligdommen van Bacchus Tempel zyn. Veelen zullen daar mede zoo lang speelen, dat ze hunne beurzen zoo zullen kunnen draayen en keeren, zonder gevaar te loopen dat ze hun geld zullen storten, als de oogen van een varken, dat gekeeld word. Dog dit is het nog niet al; andere zullen weder door de Spiritus[11] en kragt van kaarten en dobbelsteenen, met een blaauw oog en dikke neus naar huis gaan, zelfs zullen 'er zyn, die daar by het leven zullen in schieten; terwyl de Priesters van dien Tempel er de winst van wegdragen, en zig so onnosel houden als een lompe Esel.



[1] Eisen, vorderen

[2] Beklagen

[3] Deze uitdrukking (‘domme ezel’) werd overgenomen uit het voorwoord van Johann Valentin Neiner, De nieuw-gesorteerde uitdragerswinkel der tegenwoordige waereld (Amsterdam 1735): Kom binnen liefhebbers, hier heb je een ‘Nieuw gesorteerde Uitdragerswinkel’. De waren dienen zo wel voor een verstandig man als voor een lompe kinkel; hoewel deze laatste soort mogelijk in alle delen zo dikhuidig zullen zijn, dat zij hun gebreken al even min merken als een ezel de dag van Sint-Crispijn.

[4] Duivel

[5] Mercurius: god van handel, reizigers en winst

[6] Salons

[7] In belangrijke draverijen werd een zilveren zweep als prijs beschikbaar gesteld.

[8] Allerlei soorten spelen

[9] Krabben

[10] Dommerik, idioot

[11] Alcohol

 

In dit jaar zal weder een yzelyk gedrogt den beest speelen; veelen zullen door zyn pestige adem aan ’t kwynen geraken, anderen zullen van hem dodelyk gekwetst worden. Het zal Steden en Landen met laster en onwaarheden vervullen, oproer in de Huisgezinnen en Familien verwekken, en op veele plaatzen een algemeene verwarring veroorzaaken. Is men begeerig dit dier te beteugelen en in te binden, dat elk dan zyn eigen tong bedwingt, en zig wagt om iets dat lasterlyk is te spreken.

Een groot geschil zal in den aanvang van dit jaar onder de Schryvers ontstaan, of dit jaar wel zoo vruchtbaar in prulschriften en blaauwboekjes[1] zal zyn, als het voorgaande. Merkuur zal het verschil opgedragen worden, die de volgende uitspraak zal doen: Zoo lang 'er Gekken gevonden worden, die dezelve koopen, zal den waschdom dier prullen en blaauwboekjes eer toe dan af neemen.

In dit Jaar zullen alle onvergenoegde Menschen zoodanig door haare kwaade indrukzelen betoverd worden, dat ze de goederen van hunnen naasten veel hooger zullen achten als ze wezendlyk zyn, waar door 'er eenige zoo over aangedaan zullen worden, om dat zy daar geen meester van kunnen worden, dat zy zig zelven als een byzonder Caracter zullen doen kenbaar maken, en anderen hun buik zoo vol water drinken, dat zy 'er aan bersten. Is dit het waerelds goed wel waardig?

De stokebranden[2] zullen dit Jaar zoo in menigte langs de straaten zwieren, als in de Zomer de vledermuizen in de lucht. Zy zullen alles aanwenden om twist en tweedragt te verwekken. Zy zullen doorgaans de Advokaten, Procureurs en diergelyk slag van Menschen verzellen, om dat deze veel gebruik van haare listigheden maaken; elk worde wys, en hoede zig voor schade.

De Tafelvrienden zullen dit Jaar zoo vermenigvuldigen, als de Muggen in de maand Augustus. Zy zullen zig toeleggen, om de huizen daar zy verkeeren zoo schoon te maaken, dat men geen schuit of slede nodig heeft, wanneer men wil verhuizen. Dog is de voorraad zoo groot, dat 'er geen doorkomen aan is, dan zullen zy stryken[3] en onderdanige Dienaar speelen, zoo lang de Gastvryheid duurt.

De Romans zullen weder knollen voor citroenen opdissen. De Wyzen zullen dezelven in eenen hoek versmyten, en de Dwazen zullen daar schatten van wysheid uit vergaren, die hen regelrecht naar het Dolhuis[4] geleid. De Juffers zullen door dezelven zoodanig gestigt worden, dat zy 'er door zullen zweeten.

In dit jaar zullen veele Vrouwtjes haare Mannen weder by de ooren omleiden, en veele goude en zilvere munt onzigtbaar maaken, als of dezelven in de kroes van eenen Goudmaaker verzonken waren; daarom word elk Mansperzoon geraden de Merkurius zoo wel met yzere slooten te voorzien, dat hy uit zyn gevangenis niet kan verlost worden, dan door den waaren eigenaar, die het gebruik daarvan wel bekent is.

Ook zullen de Bedelaars van dit Jaar weer wonderen verrichten, dat is, niet werken en lekker eeten en drinken, de krukken en stelten zullen Wyzen en Dwazen bedriegen, de Krukkendanser zal ‘er om lacchen, wanneer hy daar door zyn inkomst ziet vermeerderen, en denken by zig zelven, de Waereld wil bedrogen zyn.

De Windbrekers[5] zullen veelen tot een aangenaame tydkorting strekken, voornamelyk in den Zomer, wanneer het warm is, en wanneer de Buuren des avonds op de stoepen te zamen komen. De verstandigen zal hun gesnap[6] verveelen, en hun Spreeuwen[7] in het bed ontvluchten.



[1] Blauwboekjes zijn vlugschriften om tegenstanders te beschimpen en medestanders te werven.

[2] Aanstokers van ruzie

[3] Vleien, verschonen, goedpraten

[4] Gekkenhuis

[5] Snoevers, bluffers

[6] Gebabbel

[7] Schreeuwen

 

In dit Jaar zullen de vrouwtjes en Juffertjes meer op Koffy en Thee gezet zyn dan weleer. Veele zullen aan de Theetafel over den hekel gehaalt worden, waar door veelen den tyd deerlyk zullen verkwisten,

De Alchimisten zullen dit jaar weer hun hoop om goud te maaken in de lucht zien vervliegen; veele lichtgelovigen zullen op winst vlammen, maar zig deerlyk bedrogen zien.

Allerhande nieuwmodische Kraam van Galanteryen zal de Juffers dit Jaar een nieuw leven byzetten. De galante Heeren en Dames zullen als muggen de Winkels uit en in vliegen, om zig met dat nieuw modische Klatergoud op te pronken.

In dit Jaar zullen veele jonge galante Juffers in vogeltjes herschept worden, en veele Galants in Vogelaars, zoo dat de Vogeljagt heel goed zal zyn, dog het wonderste van alle zal zyn, dat die Vogeltjes zig vrywillig zullen laaten vangen, en opsluiten.

De volle Wynflessen zullen dit Jaar weer het bemind voorwerp zyn der rood-geneusde Bachus-Priesters. Zy zullen met groote drift die kleine Kaboutermannetjes ontzielen, en zig zoodanig aan haar bloed volzuipen, dat zy nog zon nog maan kunnen bekennen, daar menig vrouwtje om zal lachen, dat haar de oogen overloopen.

Dit jaar zullen de Bedriegers, groote en kleine Dieven, vliegen als een Mug om de Kaars. Evenwel zullen veele Winkeliers, en Wisselaars, zig toeleggen om fyn en grof te bedriegen. Een eider wagt zig voor de Israeliten.

De Vrouwen, (de goede worden hier uitgesloten) die gewoon zyn de broek te dragen, zullen dit Jaar zoodanig den beest speelen, dat de Mannen daar over het hooft zullen moeten krouwen; eenige Mannen zullen met Job gedult neemen, anderen zullen er opslaan, als of zy van kwaad yzer goed wilde smeden; anderen zullen het huis uitloopen en hun toevlugt in Kroegen of Bordeelen zoeken.

Het Geld zal weer wonderen verrichten en veele betoveren, het zal geweldig de trouw van veele eerlyke Personen en Krygsofficieren bestormen. Het Geld zal meer kragt op zommige Vestingen en Kasteelen hebben, dan menigte Mortieren en Kartouwen[1].

Veele jonge Vrysters zullen dit Jaar uit haare Droomen opmaaken, dat zy haast een Vryer zullen krygen, dog haare hoop zal telkens met die aangenaame nagten verdwynen. Een Droomboek zal in dezen haare toevlugt zyn, waar uit zy wonderen zullen voorspellen. Dog laaten zy vry geloven: dat al wat men by nagt komt te droomen, verdwynt gemeenlyk 's morgens door den dageraad met een heldere lucht.

De Vastenavonds Zotten zullen dit Jaar zoo een Ravasie maaken, dat 'er zig de opgesloten Gekken over zullen verwonderen. Veele Vastenavonds Narren zullen daar by speelen kip ik hebje[2]; want dit Masker is tot alles bekwaam, en veele jonge Juffers zullen daar by iets verliezen, dat haar het duurbaarste moest zyn.

De Hoepelrokken, schoon zy by veele afgeschaft zyn, zullen nog eenige tyd de overhand behouden, vermits onder haare uitgebreidheid veele nesten en prullen kunnen verborgen worden, tot groot voordeel der kaale Juffertjes, die de Mode zoo wel willen volgen als anderen, die haar in rykdom boven het hooft gegroeit zyn.

De Waarzeggers, die men voegt in de Almanakken van een stuiver, zullen dit Jaar zoo wel de waarheid spreken, als de uitspraak van een Kwakzalvers Nar over 't bewimpelwater[3]. Elk die verstand heeft lacht 'er om.

De Waarden en Herbergiers zullen dit Jaar zoo barmhartig zyn, dat zy liever een pints roemer zullen breken, dan uit meedogen een eerlyk arm mensch een nagt, om Gods wil, Herberg verleenen; heel onderscheiden van de oude Waarden en Herbergiers, die dikmaals uit liefde herbergzaam waren, daar de hedendaagsche het alleen doen om de klinkende Goden[4].

Eindelyk zal de tyd 's Menschen levensdagen afmeeten, gelyk in voorgaande Jaaren. Veele zullen daar heen sterven, latende niet anders na dan stank en vuiligheid, daar in tegendeel de oprechten en beroemde Mannen een liefelyke lugt uit hunne Graven zullen doen opsteigen. Hier mede loopt het Jaar ten Einde.

 



[1] Kleine kanonnen

[2] Te pakken hebben

[3] Een mij onbekende uitdrukking

[4] Klinkende munt

Een ironische variant is te vinden in Almanach a la Figaro. Voor de galante en vrolyke Hollanders van beiden sexen. Voor 't jaar 1790